Vakmanschap nieuwe stijl
Vakmanschap nieuwe stijl bestaat uit twee projecten:
- Continuering van de activiteiten voor het diversiteitsgevoeliger maken van pedagogische opleidingen HH, HvA en VU.
- Nieuwe eisen aan pedagogische professionals.
Ad 1. Diversiteitgevoeliger maken pedagogische opleidingen HH, HvA en VU.
Continuering van activiteiten HIH, HvA, VU
Hogeschool Inholland en Hogeschool van Amsterdam sluiten halverwege 2012 af met een rapportage waarin goede voorbeelden van diversiteitgevoelig opleiden worden beschreven, inclusief een stappenplan hoe zo’n analyse en verbeterplan elders in de opleidingen en op andere hogescholen aan te pakken. Daarbij komt ook de aansluiting bij en samenwerking met de praktijk aan de orde. Daarna worden vervolgstappen gezet om in de breedte van de opleidingen te werken aan verankering in het curriculum, de daarbij betrokken ontwikkelteams en curriculumcommissies.
Vanaf september 2012 zijn de activiteiten gericht op deskundigheidsbevordering van docenten door hen via intervisie én via visitaties van de praktijk te laten leren. Bij het laatste gaat het om praktijkgericht onderzoek waarbij docenten werkers in het veld bevragen op wat speelt en hoe zij daar in de opleiding op kunnen aansluiten.
Wat betreft de Vrije Universiteit: het bestuur van de Faculteit der Psychologie en Pedagogiek heeft het groene licht gegeven voor uitvoering van het advies waarmee de vorige projectperiode is afgesloten (de rapportage komt binnenkort uit). Het vervolg van het project is gericht op doorvoering van het advies en evaluatie van de genomen stappen.
b. Nieuwe eisen aan pedagogische professionals
Dit deelproject vindt plaats in samenwerking met DMO/Amsterdam, die ook in de ‘OKC-Academie’ met praktijk en Amsterdamse kennisinstellingen werkt aan vakmanschap nieuwe stijl. We gaan om de competenties van de nieuwe professional in drie (veelbelovende) pedagogische praktijken benoemen (wat moet hij/zij kennen en kunnen). Dit doen we door studie van beschikbare kennis, methodiekarticulatie (explicitering van in het veld aanwezige ervaring) en leren van goede praktijken. Daarna stellen we, via uitwisseling tussen opleiding en beroepspraktijk, (onderdelen) van de benodigde opleidings- en scholingsbehoeften vast. Doel van het traject: zichtbaar maken van (goede) voorbeelden van werkwijzen en competenties van de nieuwe professional (jeugd- en gezinswerker). Maar ook van basale kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn om met gezinnen, jongeren, vrijwilligers te werken. Deze voorbeelden zijn input voor zowel de beroepspraktijk als voor het onderwijs dat daartoe opleidt.
Contactpersoon: Pauline Naber, Hogeschool Inholland
E-mail: pauline.naber@inholland.nl